Boekhouden wordt altijd gezien als het ‘saaie’ aspect aan het starten van een eigen bedrijf. Het is echter net de kern van het bedrijf die je in de boekhouding kan terugvinden. Wanneer mensen praten over het opzetten van een eigen bedrijf hoor je vaak de angst over het omgaan met de juiste regels voor het registreren van alle financiële transacties.

De beste expert ben je zelf

Veel startende bedrijven zien het dan ook als een noodzaak om een financieel expert in te huren om hen wegwijs te maken in boekhoudregels. Nochtans is het niet noodzakelijk om een opleiding economie of boekhouden gevolgd te hebben om zelf je boekhouding te kunnen doen. In een klein bedrijf dat pas opstart kan je het bij wijze van spreken vaak nog met pen en papier doen, het is enkel een kwestie van het bijhouden van inkomsten en uitgaves.


Boekhouden is inderdaad niet meer dan dat. Je houdt een register bij van al je inkomende en uitgaande facturen zodat je een balans kan maken, de BTW kan betalen en ontvangen en bedrijfsbelastingen kan aangeven. Je zal het als bewijsstuk gebruiken bij een controle van de belastingen.

Financiële rapporten

Natuurlijk is dit enkel een basisboekhouding, en deze is zoals gezegd behoorlijk eenvoudig bij te houden (Neem bijvoorbeeld eens een kijkje op http://zelfboekhouden.org). Iets complexer is het als je financiële rapporten wil gaan aanmaken die moeten dienen om kredieten te krijgen of om je aandeelhouders een overzicht te bieden van de financiële gezondheid van je bedrijf. Maar dit is iets dat eenmanszaken of kleine bedrijfjes vaak niet nodig hebben, en mocht dat toch het geval zijn huur je daar inderdaad best een specialist voor in.

Een basisboekhouding bijhouden kan heel eenvoudig zijn zodra je de regels onder de knie hebt. Er zijn een aantal klassieke fouten die opstartende bedrijven maken als ze niet waakzaam en georganiseerd genoeg zijn. De meest gemaakte fout is uiteraard het niet goed registreren van inkomsten en uitgaves vanaf de eerste dag dat je je activiteit gestart hebt. Dit zal je later zuur opbreken als je moet gaan reconstrueren waarvoor je die uitgave hebt gedaan of waaruit je die inkomsten gehad hebt. Maak er een gewoonte van om vanaf dag één alles te registreren en juist te klasseren!

Opgelet met de ‘onkosten’

Nog een klassieke fout is dat bedrijfsleiders van pas opgestarte bedrijven te los omgaan met de ‘onkosten’. Uiteraard mag je kosten inbrengen als korting op je belastingen maar dat wil niet zeggen dat je ze dan maar zoveel mogelijk moet maken. Je moet elke uitgave bijhouden, dat wel, zodat je ze later kan verantwoorden. Maar elke uitgave die je doet gaat uiteindelijk af van je inkomsten en dus winsten. Vermijd ook altijd het gebruik van persoonlijke bankrekeningen voor je bedrijf. Dit maakt het geheel nodeloos complex en je zal snel het overzicht verliezen.

 

“Jantje, geef jij mijnheer Dommelmans eens een handje,” zei vader toen mijnheer Dommelmans binnenkwam met een zware, zwartlederen aktetas.

“Mijnheer Dommelmans komt ons helpen met de boekhouding.”

Jantje van vier, keek vanaf zijn stoel angstig naar de verschijning in de open deur. Wie was dat en waarom moest hij die mijnheer een handje geven?

Dommelmans was een klein, dik mannetje met een kaal hoofd en kraaloogjes die zenuwachtig de wereld in staarden vanachter een uilenbrilletje. En waar rook die man naar? Was dat knoflook? Jantje kende die geur wel. Dat was datzelfde luchtje als van buurman Karel, waar vader altijd zo om moest lachen.

“Goedendag mijnheer, ik ben Jantje,” zei Jantje gedwee.

Dommelmans streek Jantje even over zijn strohaar en greep toen zijn handje vast. Dat vond Jantje niet leuk en hij wilde het terugtrekken, maar Dommelmans hield zijn knuistje stevig vast in zijn zweterige hand en lachte maar wat.

“Ik ben de boekhouder,” zei Dommelmans. “Ik doe de boekhouding.”

Jantje begreep het niet.

“Mijnheer Dommelmans is boekhouder, Jantje,” verduidelijkte vader.

 “Hij is hier om ons te helpen.”

“O,”zei Jantje.

Hij vond het maar raar. Waarom hadden ze hulp nodig? Ze hadden toch Tinie die elke middag kwam schoonmaken? Dus de boekhouder kwam niet om schoon te maken. Kwam die mijnheer dan misschien om te helpen met de nieuwe baby, die gisteren geboren was? Mamma had gezegd dat ze meer hulp nodig had. Ja, dat was het.  Die man kwam voor baby Elbert.

En dat vond Jantje niet leuk. Wat moest die rare kwast met zijn broertje?

“Wat doet u dan?” vroeg Jantje onzeker, terwijl hij zenuwachtig heen en weer schoof op zijn stoel.

Mijnheer Dommelmans verschoof het brilletje met een van zijn vingers, en zei geleerd: “Ik zorg er voor dat de belasting in orde is.” Hij leunde wat naar voren en hief zijn linker wijsvinger op en zwaaide die gewichtig heen en weer voor Jantjes neus. “Als de belasting niet in orde is gaat het mis. Helemaal mis. Dan zijn de problemen niet te overzien. En daarom heeft jouw vader…” Maar Jantje hoorde niets meer. De schrik sloeg hem om het hart.
            De belasting? Wat was dat? Was dat net zo iets als de ontlasting?

Daar had Jantje wel over gehoord. Vader had het er gisteren nog over gehad.

“Elberts ontlasting is nog niet zoals het moet zijn.” Hij had daar een heel moeilijk woord voor gebruikt. Meconium of zo, en vader had heel bezorgd gekeken. Er was dus iets mis met Elberts ontlasting en die Dommelmans kwam ingrijpen. En waarom moest hij ook nog boeken vasthouden? Elbert had toch nog helemaal geen boeken?

Opeens ging er een schok van angst door hem heen en hij barstte in tranen uit.

Dommelmans en vader keken verbouwereerd naar Jantje.

“Maar Jantje,” hakkelde vader, “Daar hoef je toch niet om te huilen? Vooruit kereltje. Droog je tranen en houd op met die onzin.”

Dommelmans haalde zijn schouders op en keek niet meer naar Jantje. Hij zette zijn zware aktetas met een plof op tafel.

“Ik heb zelf geen kinderen, mijnheer Versteegh,” zei hij een beetje koel. “U begrijpt wel dat ik het daar veel te druk voor heb. Zullen we dan maar beginnen?”

“Dat is goed,” antwoordde vader. “Jantje, ga jij maar even kijken of mama iets nodig heeft en kom ons niet meer storen.”
              Dat hoefde vader geen twee keer te zeggen. Jantje verdween zo snel als hij kon en stormde de slaapkamer van zijn ouders in.

“Mama…mama…is alles goed met Elbert?”

Mama lag net met de baby aan de borst. De kleine krul op Elberts pasgeboren hoofdje stak net boven de dekens uit. Mama lachte breed.
           “Met Elbert? Natuurlijk Jantje. Die is zo gezond als een vis.” Mama verschoof de deken en toonde Jantje zijn gulzig zuigende broertje.

Wat is dat kereltje lief. En wat  ziet mama er mooi uit vandaag.

“Ik dacht dat Elbert ziek was?” stamelde Elbert.

“Waarom dacht je dat dan, gekkie?”

“Omdat de boekhouder in de huiskamer zit. Die zei dat Elbert problemen heeft met zijn belasting.”

Moeder begreep er niets van. Ze haalde haar schouders op en zei toen: “Ik heb het niet zo op die Dommelmans. Ik vind het maar een vreemde vogel. Ik ga vader vanavond vragen om een       andere boekhouder te zoeken.”