“Jantje, geef jij mijnheer Dommelmans eens een handje,” zei vader toen mijnheer Dommelmans binnenkwam met een zware, zwartlederen aktetas.

“Mijnheer Dommelmans komt ons helpen met de boekhouding.”

Jantje van vier, keek vanaf zijn stoel angstig naar de verschijning in de open deur. Wie was dat en waarom moest hij die mijnheer een handje geven?

Dommelmans was een klein, dik mannetje met een kaal hoofd en kraaloogjes die zenuwachtig de wereld in staarden vanachter een uilenbrilletje. En waar rook die man naar? Was dat knoflook? Jantje kende die geur wel. Dat was datzelfde luchtje als van buurman Karel, waar vader altijd zo om moest lachen.

“Goedendag mijnheer, ik ben Jantje,” zei Jantje gedwee.

Dommelmans streek Jantje even over zijn strohaar en greep toen zijn handje vast. Dat vond Jantje niet leuk en hij wilde het terugtrekken, maar Dommelmans hield zijn knuistje stevig vast in zijn zweterige hand en lachte maar wat.

“Ik ben de boekhouder,” zei Dommelmans. “Ik doe de boekhouding.”

Jantje begreep het niet.

“Mijnheer Dommelmans is boekhouder, Jantje,” verduidelijkte vader.

 “Hij is hier om ons te helpen.”

“O,”zei Jantje.

Hij vond het maar raar. Waarom hadden ze hulp nodig? Ze hadden toch Tinie die elke middag kwam schoonmaken? Dus de boekhouder kwam niet om schoon te maken. Kwam die mijnheer dan misschien om te helpen met de nieuwe baby, die gisteren geboren was? Mamma had gezegd dat ze meer hulp nodig had. Ja, dat was het.  Die man kwam voor baby Elbert.

En dat vond Jantje niet leuk. Wat moest die rare kwast met zijn broertje?

“Wat doet u dan?” vroeg Jantje onzeker, terwijl hij zenuwachtig heen en weer schoof op zijn stoel.

Mijnheer Dommelmans verschoof het brilletje met een van zijn vingers, en zei geleerd: “Ik zorg er voor dat de belasting in orde is.” Hij leunde wat naar voren en hief zijn linker wijsvinger op en zwaaide die gewichtig heen en weer voor Jantjes neus. “Als de belasting niet in orde is gaat het mis. Helemaal mis. Dan zijn de problemen niet te overzien. En daarom heeft jouw vader…” Maar Jantje hoorde niets meer. De schrik sloeg hem om het hart.
            De belasting? Wat was dat? Was dat net zo iets als de ontlasting?

Daar had Jantje wel over gehoord. Vader had het er gisteren nog over gehad.

“Elberts ontlasting is nog niet zoals het moet zijn.” Hij had daar een heel moeilijk woord voor gebruikt. Meconium of zo, en vader had heel bezorgd gekeken. Er was dus iets mis met Elberts ontlasting en die Dommelmans kwam ingrijpen. En waarom moest hij ook nog boeken vasthouden? Elbert had toch nog helemaal geen boeken?

Opeens ging er een schok van angst door hem heen en hij barstte in tranen uit.

Dommelmans en vader keken verbouwereerd naar Jantje.

“Maar Jantje,” hakkelde vader, “Daar hoef je toch niet om te huilen? Vooruit kereltje. Droog je tranen en houd op met die onzin.”

Dommelmans haalde zijn schouders op en keek niet meer naar Jantje. Hij zette zijn zware aktetas met een plof op tafel.

“Ik heb zelf geen kinderen, mijnheer Versteegh,” zei hij een beetje koel. “U begrijpt wel dat ik het daar veel te druk voor heb. Zullen we dan maar beginnen?”

“Dat is goed,” antwoordde vader. “Jantje, ga jij maar even kijken of mama iets nodig heeft en kom ons niet meer storen.”
              Dat hoefde vader geen twee keer te zeggen. Jantje verdween zo snel als hij kon en stormde de slaapkamer van zijn ouders in.

“Mama…mama…is alles goed met Elbert?”

Mama lag net met de baby aan de borst. De kleine krul op Elberts pasgeboren hoofdje stak net boven de dekens uit. Mama lachte breed.
           “Met Elbert? Natuurlijk Jantje. Die is zo gezond als een vis.” Mama verschoof de deken en toonde Jantje zijn gulzig zuigende broertje.

Wat is dat kereltje lief. En wat  ziet mama er mooi uit vandaag.

“Ik dacht dat Elbert ziek was?” stamelde Elbert.

“Waarom dacht je dat dan, gekkie?”

“Omdat de boekhouder in de huiskamer zit. Die zei dat Elbert problemen heeft met zijn belasting.”

Moeder begreep er niets van. Ze haalde haar schouders op en zei toen: “Ik heb het niet zo op die Dommelmans. Ik vind het maar een vreemde vogel. Ik ga vader vanavond vragen om een       andere boekhouder te zoeken.”